ECLI:NL:PHR:1995:AA3054
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over aansprakelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslag loonbelasting en verhoging
De zaak betreft de aansprakelijkstelling van een bestuurder van een B.V. voor niet betaalde loonbelasting over de jaren 1983-1986 en de daarbij opgelegde verhoging van 100%. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op, waarvan een deel werd betaald, waarna de bestuurder aansprakelijk werd gesteld voor het resterende bedrag wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.
Het hof oordeelde dat de bestuurder aansprakelijk was voor het niet betalen van de enkelvoudige loonbelasting wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar stelde dat de aansprakelijkstelling voor de verhoging een strafvervolging in de zin van art. 6 EVRM Pro was. Het hof vond dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor mede-schuld van de bestuurder aan de verhoging, waardoor deze aansprakelijkstelling niet in stand kon blijven.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de wettelijke regeling van de Wet bestuurdersaansprakelijkheid en de toepasselijkheid van art. 6 EVRM Pro op de aansprakelijkstelling voor de verhoging. De Raad concludeert dat het hof ten onrechte te hoge eisen stelde aan de bewijslast voor de aansprakelijkheid voor de verhoging en vernietigt het arrest voor dat onderdeel. Tevens wijst de Hoge Raad op de noodzaak om nader onderzoek te doen naar de periode waarover kennelijk onbehoorlijk bestuur is vastgesteld.
De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing, waarbij ook de verhouding tussen de verhoging en het vergrijp en de mate van verwijtbaarheid van de bestuurder nader moeten worden onderzocht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor het deel van de aansprakelijkstelling voor de verhoging en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.