ECLI:NL:PHR:1995:AA3111
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 24 lid 5 Successiewet 1956 bij samenstel van rechtshandelingen inzake schenkingsrecht en overdrachtsbelasting
In deze zaak stond de vraag centraal of artikel 24, vijfde lid, van de Successiewet 1956 toepassing vindt bij een samenstel van rechtshandelingen waarbij overdrachtsbelasting en schenkingsrecht worden geheven over hetzelfde bedrag, maar niet door hetzelfde rechtssubject worden gedragen. De casus betrof de overdracht van een huis door ouders aan hun dochter, waarbij een deel van de koopprijs werd kwijtgescholden en een bedrag aan schenkingsrecht werd geheven.
Het hof had geoordeeld dat de samenhang tussen de rechtshandelingen zodanig was dat zij als één geheel moesten worden beschouwd, waardoor toepassing van artikel 24, vijfde lid, gerechtvaardigd was en het schenkingsrecht ten laste van belanghebbende werd verminderd. De Staatssecretaris stelde echter dat dit arrest in strijd was met eerdere jurisprudentie, omdat in deze zaak de schenking niet bestond uit een onroerende zaak of een daarmee gelijk te stellen kwijtschelding.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 24, vijfde lid, streeft naar het voorkomen van dubbele belastingheffing over hetzelfde bedrag bij één rechtshandeling of een samenstel van rechtshandelingen dat als één geheel moet worden gezien. De Hoge Raad bevestigde dat het feit dat overdrachtsbelasting en schenkingsrecht niet door hetzelfde rechtssubject worden gedragen, de toepassing van deze bepaling niet in de weg staat. Tevens werd benadrukt dat de wet bepaalt wie de belastingschuldige is en dat een afwijkende overeenkomst tussen partijen over het dragen van de belasting daaraan niets verandert.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bevestigde de uitspraak van de inspecteur, waarmee het beroep van de Staatssecretaris werd gehonoreerd. Hiermee werd bevestigd dat het schenkingsrecht niet verminderd kan worden met overdrachtsbelasting die door anderen is gedragen, tenzij sprake is van een materiële samenhang die leidt tot dubbele heffing over hetzelfde bedrag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de inspecteur, waarmee het beroep van de Staatssecretaris wordt gehonoreerd.