ECLI:NL:HR:1995:AA3111
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 24 lid 5 Successiewet 1956 bij samenstel van rechtshandelingen
Aan belanghebbende werd een aanslag in het recht van schenking opgelegd naar aanleiding van een verkrijging van ƒ 80.000,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof Arnhem vernietigde deze en verminderde de aanslag aanzienlijk. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De zaak betrof een complexe transactie waarbij ouders een onroerende zaak verkochten aan een zuster van belanghebbende, die vervolgens een deel van de koopprijs als schenking aan belanghebbende gaf. De Inspecteur bracht bij de aanslag schenkingsrecht aan belanghebbende geen vermindering in mindering van de overdrachtsbelasting, terwijl dat bij de aanslag aan de zuster wel gebeurde.
Het Hof oordeelde dat de verschillende rechtshandelingen zodanig samenhangen dat zij als één geheel moeten worden beschouwd voor toepassing van artikel 24 lid 5 van Pro de Successiewet 1956, waardoor de overdrachtsbelasting in mindering gebracht kon worden. De Hoge Raad stelde echter dat het arrest uit 1966 nog steeds geldt en dat het samenstel van rechtshandelingen niet als één geheel kan worden gezien indien de schenking aan een derde partij plaatsvindt die geen partij is bij de overdrachtsbelastingplichtige rechtshandeling.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. Tevens wees de Hoge Raad op het belang van het voorkomen van dubbele heffing en dat de wet bepaalt wie de belastingschuldige is, ongeacht afspraken tussen partijen over het dragen van de belasting.
De Hoge Raad wees geen proceskosten toe en sprak het arrest uit op 6 december 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de aanslag schenkingsrecht van de Inspecteur.