ECLI:NL:PHR:1995:AA3133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bevoegdheid en terugwerkende kracht van sociaalzekerheidsakkoord tussen Nederland en Joegoslavië
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) inzake de weigering van kinderbijslag aan een Joegoslavische werknemer gedetacheerd in Nederland. De werknemer was Nederlands ingezetene maar viel volgens het bestuur onder de Joegoslavische sociale verzekeringswetgeving. De CRvB vernietigde een eerdere uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Joegoslavië, met name de artikelen 7, 8 en 10, en de bevoegdheid van de bevoegde autoriteiten om uitzonderingen te maken via een akkoord. De Hoge Raad overwoog dat artikel 10 een Pro bevoegdheid geeft om afwijkende regelingen te treffen, ook met exclusieve werking, en dat het akkoord niet per se ten nadele van de betrokken werknemers hoeft te zijn.
Daarnaast werd het beroep op andere verdragen en het rechtszekerheidsbeginsel behandeld. De Hoge Raad oordeelde dat het akkoord niet in strijd is met internationale verdragen en dat terugwerkende kracht van het akkoord niet verboden is. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de uitspraak van de CRvB stand hield.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijft in stand.