ECLI:NL:PHR:1995:AA3165
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van art. 24 lid 5 Successiewet bij overdracht economische en juridische eigendom met kwijtschelding
Belanghebbende verkocht in 1989 een huis aan haar zoon waarbij de economische eigendom werd overgedragen en een gedeelte van de koopsom werd kwijtgescholden. Later, in 1990, werd de juridische eigendom overgedragen met een verdere kwijtschelding van de koopsom. Over de juridische eigendomsoverdracht werd overdrachtsbelasting geheven, en over de kwijtschelding schenkingsrecht. Belanghebbende stelde dat de overdrachtsbelasting in mindering moest worden gebracht op het schenkingsrecht op grond van art. 24 lid 5 Successiewet Pro 1956.
De rechtbank en het hof wezen dit af, stellende dat er geen samenhang was tussen de overdracht van de economische en juridische eigendom en de kwijtscheldingen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat voor toepassing van art. 24 lid 5 Successiewet Pro sprake moet zijn van samenhangende rechtshandelingen. Een tijdsverloop en het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst over een korte termijn overdracht van juridische eigendom maken die samenhang afwezig.
De Hoge Raad verduidelijkt verder dat de waarde van het goed bij overdracht van de juridische eigendom de maatstaf van heffing vormt, ongeacht de overdracht van economische eigendom. Het beroep van belanghebbende wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de overdrachtsbelasting wordt niet in mindering gebracht op het schenkingsrecht.