ECLI:NL:PHR:1996:3
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nietigheid bij niet-naleving van art. 51 Sv in strafzaak rijden onder invloed
In deze zaak is aan de verdachte door het gerechtshof te 's-Gravenhage bij verstek een straf opgelegd wegens tweemaal rijden onder invloed. De verdediging stelde cassatie in met het middel dat art. 51 Sv Pro niet was nageleefd, omdat een raadsvrouwe zich had gesteld in eerste aanleg en de politierechter de zaak ten onrechte bij verstek had afgedaan zonder nader onderzoek.
De correspondentie die dit zou ondersteunen was niet in het dossier gevoegd, wat aanleiding gaf tot twijfel over de naleving van art. 51 Sv Pro. Eerdere jurisprudentie (HR NJ 83, 707; HR NJ 1988, 838; NJ 1991, 546) toonde cassatie bij niet-naleving van dit artikel.
De conclusie van de Procureur-Generaal nuanceert dit echter op basis van de post-Lala-rechtspraak, waarbij het verschil tussen het niet verwittigen van de raadsman/-vrouwe en het niet verlenen van het woord aan een aanwezige raadsman/-vrouwe als niet wezenlijk wordt gezien. Beide situaties leiden ertoe dat de verdachte zich niet kan verdedigen, maar terugwijzing is niet altijd noodzakelijk.
De conclusie adviseert daarom het cassatieberoep te verwerpen, omdat geen gronden zijn gevonden om het arrest ambtshalve te vernietigen of terug te verwijzen naar de politierechter.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks niet-naleving van art. 51 Sv in eerste aanleg.