ECLI:NL:PHR:1996:AA1732
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omzetbelasting bij verduistering en verkoop door werknemer
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag over naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1988-1991. De belanghebbende exploiteert een groothandel in reinigingsmachines en had in 1991 een voorraadtekort van 10 machines vastgesteld na een boekenonderzoek. De Inspecteur legde naheffing op wegens veronderstelde verkoop van deze machines, vermeend gepleegd door de bedrijfsleider voor eigen rekening.
De belanghebbende stelde dat er geen sprake was van omzet maar van diefstal of heling door de bedrijfsleider, zonder dat er facturen waren uitgereikt en zonder dat de afnemers wisten van een reguliere verkoop. De Inspecteur betoogde dat de verkopen wel namens de onderneming waren verricht, ook al was de opbrengst verduisterd door de werknemer, en dat de schuld van de werknemer aan de onderneming kon worden toegerekend.
Het Hof oordeelde dat de belanghebbende leveringen had verricht, maar dat onvoldoende was aangetoond dat deze leveringen tegen vergoeding hadden plaatsgevonden. De Hoge Raad stelt dat verduistering van goederen geen levering is en dus niet belast wordt met omzetbelasting, terwijl verkoop door een werknemer namens de onderneming wel een belastbare levering vormt. Het Hof heeft nagelaten te beoordelen of de bedrijfsleider de machines voor eigen rekening of voor rekening van de onderneming heeft verkocht, hetgeen na cassatie alsnog moet gebeuren.
Ten aanzien van de opgelegde verhoging overweegt de Hoge Raad dat verduistering evident strijdig is met behoorlijke plichtsvervulling en dat de ondernemer daarvoor niet aansprakelijk kan worden gehouden, tenzij hij had kunnen twijfelen aan de plichtsvervulling van zijn werknemer. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling of de verkoop door de bedrijfsleider namens de onderneming heeft plaatsgevonden.