ECLI:NL:PHR:1996:AA1774
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over het pachtersvoordeel en uitstel van winstneming bij verkoop en verpachting van landbouwgrond
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van het zogenaamde pachtersvoordeel bij de verkoop van landbouwgrond die verpacht was. Belanghebbende, exploitant van een melkveehouderij, had de grond eerst gepacht en vervolgens gekocht tegen een lagere prijs dan de waarde in vrij opleverbare staat. Later verkocht hij de grond en verpachtte deze terug aan de koper.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of het verschil tussen de waarde van de grond in vrij opleverbare staat en de lagere aankoopprijs (het pachtersvoordeel) moet worden belast als inkomen in 1989. Het hof rekende dit voordeel tot de gerealiseerde voordelen uit onderneming, maar stond uitstel van winstneming toe op basis van de ruilgedachte.
De Hoge Raad bevestigt dat het pachtersvoordeel tot het belastbare inkomen behoort en dat activering van het offer voor het pachtrecht niet leidt tot het uitstellen van de winstneming zonder meer. Wel acht de Hoge Raad het goed koopmansgebruik verenigbaar met uitstel van winstneming zolang het gebruiksrecht blijft bestaan en de stille reserve niet is gerealiseerd.
De ruilgedachte houdt in dat bij verkoop onder voorbehoud van gebruiksrechten de continuïteit van de onderneming wordt gewaarborgd en dat het bedrag van het pachtersvoordeel niet direct belast hoeft te worden. Beide beroepen in cassatie, van belanghebbende en de Staatssecretaris, worden verworpen.
De uitspraak bevat tevens een uitgebreide beschouwing over de boekwaarde van een bij verkoop voorbehouden pachtrecht, de toepassing van de ruilgedachte en de voorwaarden waaronder uitstel van winstneming is toegestaan.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende en de Staatssecretaris wordt verworpen; het pachtersvoordeel behoort tot het belastbare inkomen, maar uitstel van winstneming is toegestaan op grond van de ruilgedachte.