Conclusie
Derde Kamer A
Vennootschapsbelasting 1985
Parket, 16 juni 1995
Korte beschrijving van de zaak.
De bestreden uitspraak.
Het Hof heeft overwogen (blz. 8):
Het middel.
3.1. Middelonderdeel a richt een motiveringsklacht tegen het oordeel dat het voordeel van ƒ (30 - 1 =) 29,- voor een deel (ƒ 27,35) aan het aandeel en voor een deel (ƒ 1,65) aan de put warrant moet worden toegerekend en niet in zijn geheel aan het aandeel.
Voordelen uit hoofde van deelneming.
4.1. Art. 7, lid 2, Besluit op de Winstbelasting 1940 hield in:
Artikel 12,onder 4, le al.) De vrijstelling zal niet alleen gelden voor dividenden doch zich uitstrekken tot al hetgeen uit hoofde van de deelneming wordt genoten. Deze uitbreiding heeft met name ten doel dat onder de nieuwe regeling ook koerswinsten in de vrijstelling zullen delen. Uiteraard dient de vrijstelling voor koerswinsten hand in hand te gaan met de uitschakeling van koersverliezen op de deelneming. (...) Het in (...) het eerste lid gebezigde begrip "voordelen" omvat dus (...) evenzeer de negatieve resultaten."
4.16.1. Uw Raad overwoog (onder 3.3, blz. 1330, regels 19-30):
Beoordeling van het middel.
Conclusie.