ECLI:NL:PHR:1996:AA1878
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van splitsing van onroerende zaken tussen ondernemings- en privévermogen bij inkomstenbelasting
De zaak betreft een geschil over de waardering en toerekening van onroerende zaken die deels voor bedrijfsdoeleinden en deels als woning werden gebruikt. De belanghebbende exploiteerde een cafetariabedrijf op de begane grond en eerste verdieping en gebruikte de hogere verdiepingen als woning. Bij aanvang werd 60% van de waarde toegerekend aan het ondernemingsvermogen en 40% aan het privévermogen. Na beëindiging van de bedrijfsuitoefening en overdracht van het bedrijf ontstond discussie over de juiste waarde van het ondernemingsgedeelte bij onttrekking.
Het Hof stelde vast dat de etikettering van 60% ondernemingsvermogen en 40% privévermogen een redelijke en feitelijke beslissing was, gebaseerd op de verhouding van gebruik en oppervlakten. De staatssecretaris betoogde dat de waardestijging van bedrijfspanden hoger was dan die van woonhuizen, waardoor de waarde van het ondernemingsgedeelte hoger zou moeten zijn dan 60%. De Hoge Raad oordeelde echter dat een splitsing naar evenredige delen van de waarde rechtens is toegestaan en dat de gemaakte keuze de belastingdienst bindt.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat de waardering van het ondernemingsgedeelte op basis van redelijke criteria mag geschieden, waarbij complexere methoden niet per definitie zijn uitgesloten maar eenvoudiger criteria vaak passend zijn. De zaak benadrukt de vrijheid binnen redelijke grenzen van de belastingplichtige om vermogensbestanddelen te etiketteren, mits deze keuze consistent wordt toegepast en bijzondere omstandigheden ontbreken.
De uitspraak geeft daarmee duidelijkheid over de fiscale behandeling van onroerende zaken in gesplitst gebruik en bevestigt de rechtszekerheid omtrent de waardering en toerekening bij inkomstenbelasting.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen; de splitsing van het pand in 60% ondernemingsvermogen en 40% privévermogen is rechtsgeldig en bindend.