ECLI:NL:PHR:1996:AA1905
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gecombineerde heffing inkomstenbelasting en volksverzekeringen bij vertrek uit Nederland
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen het arrest van het Hof Amsterdam over de premieheffing volksverzekeringen en inkomstenbelasting over het jaar 1990. De belanghebbende, die op 19 juli 1990 Nederland verliet, stelde dat de premie volksverzekeringen naar tijdsevenredigheid moest worden verminderd. Het hof wees dit beroep af en de Hoge Raad bevestigt dit oordeel.
De kern van het geschil ligt in de toepassing van de Wet financiering volksverzekeringen en de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De belanghebbende betoogde dat de premieheffing ongelijk en onredelijk was omdat zij niet werd beperkt naar het tijdvak van belastingplicht. De Hoge Raad stelt dat deze ongelijke behandeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is, mede vanwege het integratieoogmerk van de wetgever om inkomstenbelasting en premieheffing te combineren.
De Hoge Raad benadrukt dat de premietijdvakmethode is afgeschaft en dat de gecombineerde heffing doelmatig is. Het nadeel in premieheffing wordt gecompenseerd door het voordeel in de inkomstenbelasting. De Hoge Raad wijst ook op internationale verdragen en concludeert dat de situatie in haar geheel beoordeeld moet worden. Het cassatiemiddel wordt verworpen en het beroep afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de gecombineerde heffing van inkomstenbelasting en volksverzekeringspremies wordt bevestigd.