ECLI:NL:PHR:1997:3
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering ondanks weigering verdachte verklaring te geven
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor diefstal met geweld en poging tot doodslag. Het hof baseerde zijn oordeel mede op getuigenverklaringen en het bezit van een strippenkaart die kort na de feiten in de omgeving van het station was afgestempeld. Verdachte gaf geen redelijke verklaring voor het bezit van deze kaart. De verdediging voerde onder meer onrechtmatige bewijsgaring aan vanwege de samenstelling van fotoseries en de wijze van confrontaties, alsmede schending van het nemo tenetur-beginsel.
De Hoge Raad verwierp deze klachten. De samenstelling van de fotoseries was niet zodanig onzorgvuldig dat bewijs onrechtmatig was verkregen, hoewel herkenningen met bijzondere behoedzaamheid moesten worden beoordeeld. De enkelvoudige spiegelconfrontatie werd als toelaatbaar beschouwd. Het zwijgen van verdachte mocht in de bewijswaardering worden betrokken, maar het hof gebruikte dit niet als bewijs op zich. De rechter hoeft verdachte niet te waarschuwen voor het niet aanvoeren van ontlastende omstandigheden.
Verder werd geoordeeld dat het niet uitnodigen van de raadsman bij confrontaties niet tot schending van het recht op een eerlijk proces leidde, omdat dit verweer niet tijdig was aangevoerd. De klachten over meningen en conclusies in getuigenverklaringen werden eveneens verworpen. Het cassatieberoep werd afgewezen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.