ECLI:NL:PHR:1997:34
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn bij schadestaatprocedure detentie
De zaak betreft een vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige detentie van 45 dagen door het Land De Nederlandse Antillen. Het hof stelde vast dat de detentie onrechtmatig was omdat het strafdossier incompleet was en kende een schadevergoeding toe van ƒ 100,- per dag met rente vanaf dagvaarding. De eiser tekende beroep in cassatie aan, maar het cassatieverzoekschrift werd één dag te laat ingediend volgens de griffie.
De Procureur-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens overschrijding van de termijn. Een aanvullende conclusie nam echter aan dat het faxbericht met het verzoekschrift op de uiterste dag was verzonden en door de faxmachine van de griffie was ontvangen, maar door een interne fout niet geregistreerd of afgedrukt. Volgens de toepasselijke ontvangsttheorie (art. 3:37 lid 3 BW Pro) moet het verzoekschrift als tijdig worden beschouwd omdat de fout bij de Hoge Raad ligt.
Desondanks zou het cassatieberoep inhoudelijk niet slagen omdat het hof terecht oordeelde dat de eerste drie schadeposten onvoldoende waren onderbouwd en de vierde schadepost correct was begroot. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter partijen naar schadestaatprocedure moet verwijzen indien schade niet direct kan worden begroot, maar dat het hof hier juist handelde. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens overschrijding cassatietermijn; inhoudelijke klacht faalt.