ECLI:NL:PHR:1997:44
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van de uitkoopprijs van gewone aandelen Westland-Utrecht Hypotheekbank na financiële herstructurering
In deze zaak gaat het om de vaststelling van de prijs die Nationale-Nederlanden Holdinvest B.V. (NNH) moet betalen voor de uitkoop van gewone aandelen van de Westland-Utrecht Hypotheekbank N.V. (WUH). Na een financiële herstructurering in 1986, waarbij de nominale waarde van aandelen werd verlaagd en preferente aandelen werden geplaatst, bood Nationale Nederlanden NV een bod van 50 gulden per gewoon aandeel. Dit bod werd door NNH gestand gedaan, maar later werden gewone aandelen onderhands gekocht voor 10 gulden per stuk.
NNH vorderde bij de ondernemingskamer dat de overige aandeelhouders hun aandelen zouden overdragen tegen een door de kamer vast te stellen prijs. Het hof bepaalde de prijs per aandeel op 50 gulden per 30 december 1993. NNH stelde beroep in cassatie in en voerde aan dat de waarde van de gewone aandelen nihil of nihil tendent was, gezien de preferente rechten en het feit dat sinds 1986 geen dividend op gewone aandelen werd uitgekeerd.
De Hoge Raad oordeelde dat de ondernemingskamer terecht de waarde voor de uitkoper als uitgangspunt heeft genomen bij de prijsbepaling. Hierbij kan het eerder gedane openbaar bod als maatstaf gelden. De motiveringsklachten van NNH faalden, omdat het hof de prijsbepaling baseerde op normale marktomstandigheden en de feitelijke situatie van het aandeelhouderschap, waarbij de uitkoper de vennootschap beheerst en de minderheidsaandeelhouders weinig dividendvooruitzichten hebben. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde NNH in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Nationale-Nederlanden Holdinvest B.V. wordt verworpen en de uitkoopprijs van 50 gulden per aandeel wordt bevestigd.