ECLI:NL:PHR:1997:AA2125
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over vervangingsreserve en fiscale eenheid bij bedrijfspandverkoop
In deze zaak staat centraal of de belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid, het voornemen had om een bedrijfspand te vervangen door een pand met dezelfde economische functie, zodat een vervangingsreserve gevormd kon worden. De belanghebbende had het pand verkocht aan haar enige directeur en aandeelhouder, waarna het pand werd verhuurd aan de dochtermaatschappij binnen de fiscale eenheid.
Het hof oordeelde ten gunste van de belanghebbende dat sprake was van een vervangingsvoornemen en dat de boekwinst niet belast hoefde te worden. De staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in met het middel dat het pand niet voor eigen gebruik was maar tot belegging werd verhuurd, waardoor geen sprake was van vervanging met dezelfde economische functie.
De Hoge Raad bevestigde dat binnen een fiscale eenheid de economische functie van het pand bepalend is en dat transacties tussen moeder en dochter fiscaal niet als transacties met derden worden beschouwd. Hierdoor wordt het verschil tussen boekwaarde en werkelijke waarde van het pand als winst van de belanghebbende aangemerkt. Het middel werd gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.