ECLI:NL:PHR:1998:13
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting wegens ontbreken van dwang bij misleiding slaapdronken slachtoffer
In deze zaak stond de vraag centraal of sprake was van verkrachting onder artikel 242 Sr Pro wanneer een slaapdronken vrouw door misleiding handelingen toestond die zij anders niet zou hebben toegelaten. De verdachte had zich voorgedaan als haar partner, waarna zij seksuele handelingen toestond terwijl zij (half) in slaap was.
Het hof had de verdachte vrijgesproken omdat niet was bewezen dat sprake was van dwang zoals bedoeld in artikel 242 Sr Pro. De Hoge Raad bevestigt dat dwang alleen kan worden aangenomen indien de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer tegen haar wil seksuele handelingen ondergaat. Het hof had niet onjuist geoordeeld door te stellen dat misleiding bij een slaapdronken slachtoffer niet gelijkstaat aan dwang.
De Procureur-Generaal stelde dat het hof een onjuiste betekenis aan dwang had toegekend en dat sprake was van een feitelijke dwang door misleiding. De Hoge Raad oordeelde echter dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het hof niet van de grondslag van de tenlastelegging was afgeweken en de vrijspraak niet anders was dan waarop artikel 430 lid 1 Sv Pro ziet.
Deze uitspraak bevestigt de strikte interpretatie van dwang in het kader van verkrachting en onderstreept dat misleiding bij een bewusteloze of slaapdronken toestand niet automatisch leidt tot een strafbare verkrachting onder artikel 242 Sr Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het OM wordt niet-ontvankelijk verklaard en de vrijspraak van verdachte wegens ontbreken van dwang wordt bevestigd.