ECLI:NL:PHR:1998:17
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid van bemiddeling bij schijnhuwelijken onder art. 197a Sr
In deze zaak stond de vraag centraal of het bemiddelen bij schijnhuwelijken strafbaar is onder art. 197a Sr, dat mensensmokkel en behulpzaamheid bij wederrechtelijk verblijf strafbaar stelt. De verdachte was door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verblijf in Nederland van illegalen door het arrangeren van schijnhuwelijken.
De verdediging stelde dat art. 197a Sr niet bedoeld was om bemiddeling bij schijnhuwelijken te bestraffen en dat een aparte regeling in voorbereiding was. De Hoge Raad verwierp dit en stelde dat het bestanddeel "behulpzaam zijn bij" in art. 197a Sr overeenkomstig art. 48 Sr Pro moet worden uitgelegd, waarbij het bevorderen of vergemakkelijken van het verblijf in Nederland strafbaar is, ook als dit via schijnhuwelijken gebeurt.
Het hof had geoordeeld dat de huwelijken uitsluitend waren gesloten om verblijfstitels te verkrijgen en dat de verdachte uit winstbejag handelde. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk en berustte op voldoende bewijs. Ook het verweer dat de betrokkenen al in Nederland verbleven, faalde omdat het bevorderen van het voortgezet verblijf ook strafbaar is.
Verder werd het aanbod tot onbetaalde arbeid afgewezen omdat de verdachte vanwege gezondheid niet kon werken. De Hoge Raad verwierp alle cassatiemiddelen en bevestigde de strafrechtelijke kwalificatie en de opgelegde straf.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat bemiddeling bij schijnhuwelijken uit winstbejag strafbaar is onder art. 197a Sr en verwerpt het cassatieberoep.