Uitspraak
[woonplaats].
a, eerste lid, Sr luidde ten tijde van het bewezenverklaarde feit als volgt:
aSr is in het Wetboek van Strafrecht gevoegd bij de Wet van 24 februari 1993, Stb. 141, zulks ter uitvoering van de op 19 juni 1990 te Schengen tot stand gekomen Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controle van de gemeenschappelijke grenzen (Trb. 1990, 145), verder: de Uitvoeringsovereenkomst.
aSr en in strijd is met hetgeen kennelijk de bedoeling is geweest van de partijen bij de Uitvoeringsovereenkomst en van de wetgever — dat niet op grond van art. 197
aSr zouden kunnen worden gestraft zij die, zonder de betrokkene behulpzaam te zijn geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland, hem behulpzaam zijn bij zijn wederrechtelijk verblijf in Nederland (vgl. Kamerstukken II 1991–1992, 22 142, nr. 8, blz. 9). Daaraan doet niet af dat in de wetsgeschiedenis sprake is van het tegengaan van de activiteiten van ‘’Schlepperorganisationen’’.
aSr, zoals ook uit de wetsgeschiedenis blijkt, in overeenkomstige zin worden uitgelegd als in art. 48 Sr Pro. Het gaat er voorzover hier van belang dus om of de betrokkene het (verder) verblijf in Nederland van de vreemdeling in enigerlei opzicht bevordert of gemakkelijk maakt.
bSr bevatte toen hetzelfde strafmaximum als art. 197
aSr. Art. 197
bis een specifieke, tot werkgevers gerichte, bepaling, welke niet het bestanddeel ‘’uit winstbejag’’ kent. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat tot die wet heeft geleid is de voorgenomen strafbaarstelling van hen die de ‘’schijnrelatievorming of schijnaanvaarding ter fine van toelating tot Nederland begunstigen, bevorderen of vergemakkelijken’’ ter sprake gekomen. Toen is door de regering opgemerkt dat daarbij ‘’ongeveer de constructie van art. 197
ben art. 197
cSr’’ zal worden gevolgd (Kamerstukken I 1993–1994, 22 735, nr. 21b, blz. 3).
aSr is verhoogd — is ten aanzien van de art. 197
be.v. Sr nog opgemerkt:
be.v. Sr ten aanzien van werkgevers is geschied, doch niet dat zodanige handelingen, ook voorzover deze kunnen worden aangemerkt als uit winstbejag verrichte handelingen waarop art. 197
aSr ziet, thans niet strafbaar zouden zijn.
7 april 1998.