ECLI:NL:PHR:1998:2
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking wegens onjuiste tenuitvoerlegging dwangbevel en restitutie consignatiebedrag
In deze zaak heeft de Hoge Raad de bestreden beschikking vernietigd omdat het dwangbevel niet op de juiste wijze was uitgevaardigd. Het hof had vastgesteld dat het dwangbevel was uitgevaardigd door de officier van justitie te Leeuwarden, maar volgens de Hoge Raad had het arrest van het gerechtshof te Arnhem geëxecuteerd moeten worden op last van de procureur-generaal bij dat hof.
Het dossier ontbrak aanvankelijk belangrijke stukken zoals het dwangbevel en het bezwaarschrift, maar deze konden later worden aangevuld met afschriften van het CJIB te Leeuwarden. De Hoge Raad benadrukt dat het Openbaar Ministerie bij het gerecht dat de beslissing heeft gegeven, belast is met de tenuitvoerlegging, conform de artikelen 553, 572 lid 1 en 575 lid 2 Sv.
De conclusie is dat het verzet tegen de tenuitvoerlegging alsnog gegrond moet worden verklaard en dat het bedrag dat in consignatie was gegeven, gerestitueerd moet worden. De Procureur-Generaal merkt op dat verzoekster inmiddels de vereiste zekerheid heeft gesteld, waardoor het cassatieberoep in behandeling kan worden genomen.
Tot slot wordt vermeld dat de officier van justitie te Leeuwarden niet bevoegd is om dwangbevelen uit te vaardigen voor andere sancties dan die in de WAHV bedoeld zijn, en dat de eerdere bezwaren tegen de beschikking onbesproken kunnen blijven.
Uitkomst: De bestreden beschikking wordt vernietigd, het verzet wordt gegrond verklaard en het in consignatie gegeven bedrag wordt gerestitueerd.