ECLI:NL:PHR:1998:49
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onjuist rechtsmiddel bij overtreding Meststoffenwet
Op 14 juli 1997 verklaarde het gerechtshof Arnhem de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de economische politierechter wegens het instellen van een onjuist rechtsmiddel. De verdachte was veroordeeld voor een overtreding van het Besluit mestbank en mestboekhouding, gebaseerd op de Meststoffenwet 1987, met een boete van 500 gulden, waardoor hoger beroep niet openstond, maar cassatie wel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het hoger beroep als cassatie had moeten verstaan en de stukken had moeten doorzenden. De Hoge Raad bevestigt dat afleveringsbewijzen van dierlijke meststoffen volledig en naar waarheid moeten worden ingevuld, maar dat het gewicht geschat mag worden als wegen niet mogelijk is, met een marge van ongeveer 1000 kg. Dit is in lijn met de nieuwe Meststoffenwetgeving die per 1 januari 1998 is ingevoerd.
De Hoge Raad verwierp het middel dat art. 8 lid 4 van Pro het Besluit mestbank en mestboekhouding onverbindend zou zijn wegens onmogelijkheid van naleving. Ook corrigeerde de Hoge Raad de kwalificatie van het delict van overtreding van de Meststoffenwet 1947 naar die van de Meststoffenwet 1986 (oud). De conclusie is dat het beroep wordt verworpen en het vonnis van niet-ontvankelijkheid gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het verkeerde rechtsmiddel is ingesteld; het cassatieberoep wordt ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk verworpen.