ECLI:NL:PHR:1999:AA1062
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijzigingsverzoek verhaalsbedrag op grond van onjuiste of onvolledige gegevens volgens art. 98 ABW
In deze cassatieprocedure staat de uitleg en toepassing van art. 98 lid 1 van Pro de Algemene Bijstandswet (ABW) centraal, met betrekking tot de wijziging van een eerder vastgesteld verhaalsbedrag. De zaak betreft een verhaalsprocedure waarbij de Gemeente Steenbergen een bijdrage van [verweerder] vorderde voor een aan [de man] verstrekte ABW-uitkering.
De rechtbank had aanvankelijk bij verstek een verhaalsbedrag vastgesteld, waarna [verweerder] een verzoek tot wijziging indiende met het argument dat hij onvoldoende draagkracht had. De rechtbank wijzigde het verhaalsbedrag deels, maar liet het verder in stand. Het hof bevestigde deze beslissing, waarbij het onder meer aannam dat [verweerder] niet eerder betaald werk had gevonden en dat het verhaalsbedrag redelijk was.
De Gemeente stelde in cassatie dat het hof onjuist had gehandeld door het wijzigingsverzoek toe te laten zonder te toetsen aan het toen geldende procesrecht en dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het verhaalsbedrag kon worden gewijzigd op grond van onjuiste of onvolledige gegevens. De Hoge Raad oordeelt echter dat het wijzigingsverzoek als een nieuwe procedure moet worden beschouwd, waardoor het procesrecht van het moment van het verzoek geldt, en bevestigt dat ook onder art. 98 lid 1 ABW Pro wijziging mogelijk is op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, mede gelet op de wetsgeschiedenis en jurisprudentie. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente wordt verworpen en het gewijzigde verhaalsbedrag blijft in stand.