ECLI:NL:PHR:1999:AA2748
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid advocaatkosten bij verkoop binnenlandse deelneming voor vennootschapsbelasting
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage over de fiscale behandeling van advocaatkosten gemaakt door X B.V. in verband met de verkoop van haar aandelen in A B.V., die op haar beurt een belang had in de Spaanse vennootschap B S.A.
De kern van het geschil was of de advocaatkosten, gemaakt in 1989 om een verplichting na te komen voortvloeiend uit de verkoopovereenkomst van aandelen in 1987, in aftrek mochten worden gebracht bij de winstbepaling voor de vennootschapsbelasting over 1989. De staatssecretaris stelde dat deze kosten niet aftrekbaar waren omdat zij negatieve voordelen uit deelneming zouden vormen of aanschaffingskosten die geactiveerd moesten worden.
Het hof oordeelde dat de advocaatkosten direct verband hielden met het realiseren van een zo hoog mogelijke opbrengst uit de verkoop van de deelneming en derhalve tot de kosten van verkoop behoorden. De Hoge Raad onderschreef dit oordeel en benadrukte het onderscheid tussen voordelen en nadelen die op het moment van verkoop bestaan en die na dat tijdstip ontstaan. De advocaatkosten waren onderdeel van de normale ondernemingslasten en mochten ten laste van de belastbare winst worden gebracht.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee de uitspraak van het hof dat de advocaatkosten aftrekbaar zijn. Dit arrest verduidelijkt de fiscale behandeling van kosten in verband met de vervreemding van binnenlandse deelnemingen en de toepassing van de deelnemingsvrijstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de advocaatkosten aftrekbaar zijn als gewone ondernemingslasten bij de vennootschapsbelasting.