ECLI:NL:PHR:2004:AS3574
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid voorziening voor civielrechtelijke aansprakelijkheid bij verkoop vervangingsreservevennootschappen
Deze zaak betreft de vraag of een voorziening ten laste van de fiscale winst getroffen kan worden voor de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de fiscale-eenheidsmoedervennootschap die deelnemingen in vervangingsreservevennootschappen heeft verkocht aan derden die deze vennootschappen leeghaalden.
De belanghebbende, X N.V., had in 1982 en 1983 zes deelnemingen in vervangingsreservevennootschappen verkocht aan C B.V. Na de verkoop voldeden deze vennootschappen niet meer aan hun fiscale verplichtingen, waardoor de Staat en de Ontvanger X aansprakelijk stelden voor de onverhaalde belastingen. X vormde een fiscale voorziening van circa ƒ150 miljoen in haar aangifte vennootschapsbelasting 1992.
Het Hof oordeelde dat de aansprakelijkheid niet voortvloeit uit de deelnemingsverhouding maar uit het eigen onrechtmatige handelen van X, en dat de voorziening daarom niet onder de deelnemingsvrijstelling valt. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, betwistte onder meer het tijdstip van beoordeling en de causaliteit tussen deelneming en aansprakelijkheid.
De Hoge Raad bevestigt dat de civielrechtelijke aansprakelijkheid niet gelijkgesteld kan worden met een nadeel uit hoofde van een deelneming en dat de voorziening aftrekbaar is. Het arrest verduidelijkt de fiscale en civielrechtelijke aspecten van aansprakelijkheid bij verkoop van geldzakvennootschappen met vervangingsreserves en bevestigt de open invorderingsbevoegdheid van de Staat.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de voorziening voor civielrechtelijke aansprakelijkheid aftrekbaar is en niet onder de deelnemingsvrijstelling valt.