ECLI:NL:PHR:1999:AA2763
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling assurantiebelasting bij concernverzekeringen en duurzame aanwezigheid dochtermaatschappij
In deze zaak staat centraal of de assurantiebelasting geheven kan worden van een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde moedervennootschap (X PLC) over verzekeringspremies die betrekking hebben op risico's van haar Nederlandse dochtermaatschappij (B B.V.). X PLC is verzekeringnemer van concernverzekeringen die ook de bedrijfsrisico's van B B.V. dekken. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op aan X PLC, welke door X PLC werden bestreden.
Het Gerechtshof bevestigde dat voor de heffing van assurantiebelasting doorslaggevend is of het verzekerde risico betrekking heeft op een duurzame aanwezigheid in Nederland, waarbij de dochtermaatschappij als zodanig wordt aangemerkt. X PLC betwistte dit en stelde dat de dochtermaatschappij niet als vestiging van de moedervennootschap kan worden beschouwd.
De zaak omvat een diepgaande analyse van de Europese richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG, de Wet op belastingen van rechtsverkeer en de definitie van 'vestiging' en 'duurzame aanwezigheid'. De conclusie is dat de uitleg van deze begrippen onduidelijk is en dat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU noodzakelijk zijn om te bepalen of de dochtermaatschappij als duurzame aanwezigheid kan worden aangemerkt en daarmee assurantiebelasting verschuldigd is door de moedervennootschap.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over de uitleg van 'vestiging' en 'duurzame aanwezigheid' in de assurantiebelasting.