ECLI:NL:PHR:1999:AA2778
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verliesverrekening na staking onderneming bij aandelenoverdracht
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam over de vennootschapsbelasting van de jaren 1993/1994. De belanghebbende, een B.V., had haar onderneming feitelijk gestaakt na de verkoop van haar aandelen in een dochtermaatschappij en de verkrijging van aandelen in een beursgenoteerde onderneming (E Plc.).
Het geschil draait om de vraag of het verlies dat de belanghebbende leed op haar aandelen in E Plc. na de staking van haar onderneming nog als ondernemingsverlies kan worden aangemerkt en verrekend met de winst over 1993/1994. Het hof oordeelde dat de onderneming uiterlijk per 31 juli 1991 was gestaakt en dat het verlies op de aandelen E Plc. een beleggingsverlies is, niet zijnde verlies uit onderneming.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Het hof heeft volgens de Hoge Raad terecht geoordeeld dat na de staking van de onderneming het vermogen in aandelen E Plc. en het pandrecht daarop belegd vermogen vormen en dat het verlies daarop niet voortvloeit uit onderneming. De Hoge Raad acht de motivering voldoende en ziet geen reden tot cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de staatssecretaris wordt verworpen; het verlies na staking van de onderneming is beleggingsverlies en niet verrekenbaar als ondernemingsverlies.