ECLI:NL:PHR:1999:AA2825
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van vergrijzingsreserve bij winstbepaling ziektekostenverzekeraar
De zaak betreft een cassatieberoep van X B.V., moedermaatschappij van een fiscale eenheid, tegen een uitspraak van het Hof Amsterdam over de winstbepaling in de vennootschapsbelasting 1987. Centraal staat de vraag of de door belanghebbende gevormde vergrijzingsreserve, een voorziening voor hogere toekomstige uitkeringen door veroudering van verzekerden, fiscaal toelaatbaar is.
Belanghebbende voert een kapitaaldekkingstelsel waarbij premies niet leeftijdsafhankelijk stijgen, maar een vergrijzingsreserve wordt opgebouwd uit overschotpremies om latere tekorten te dekken. De Inspecteur betoogt dat het omslagstelsel geldt, waarbij premies jaarlijks worden aangepast en geen wiskundige reserve mag worden gevormd.
Het Hof oordeelde dat het omslagstelsel geldt en dat goed koopmansgebruik het kapitaaldekkingstelsel niet toestaat. De Hoge Raad stelt dat het goede koopmansgebruik niet afhankelijk is van het premiesysteem en dat ook bij een omslagstelsel een kapitaaldekkingstelsel mag worden gevolgd voor afzonderlijke contracten. Ook moet de reserve voorzien in afbraakregels die stroken met goed koopmansgebruik.
De Hoge Raad verklaart de middelen gegrond en benadrukt dat de vorming van een vergrijzingsreserve toegestaan is indien deze voldoet aan de eisen van goed koopmansgebruik, onafhankelijk van het premiesysteem dat de verzekeraar hanteert.
Uitkomst: Hoge Raad oordeelt dat de vergrijzingsreserve fiscaal toelaatbaar is onder goed koopmansgebruik, ook bij toepassing van het omslagstelsel.