ECLI:NL:PHR:1999:AA2840
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over heffingsrente en vaststelling vennootschapsbelasting 1990
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Hof Amsterdam over de vennootschapsbelasting 1990 van X B.V. in faillissement. De belanghebbende had in oktober 1992 aangifte gedaan, waarna een voorlopige aanslag werd opgelegd. Door administratieve fouten ontstonden onduidelijkheden over het belastbare bedrag en de heffingsrente die aan belanghebbende werd vergoed.
Het Hof oordeelde dat geen definitieve aanslag was vastgesteld op het moment van de vermeende beschikking heffingsrente, omdat het aanslagbiljet niet was verzonden en de inspecteur de verzending had geblokkeerd. De correctiebeschikking heffingsrente werd daarom vernietigd. De Hoge Raad bevestigt dat de uitreiking van het aanslagbiljet zowel tot de heffing als tot de invordering behoort en dat zonder verzending geen geldige aanslag is vastgesteld.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de relevante jurisprudentie en wetsgeschiedenis van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Invorderingswet 1990, met name over de vaststelling en bekendmaking van aanslagen en heffingsrente. Ook wordt ingegaan op de mogelijkheid tot navordering en de rechtsgevolgen van administratieve fouten. De middelen van de curator worden verworpen, en het beroep wordt afgewezen. Tevens wordt geoordeeld over de samenhang van de zaken en de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat geen geldige aanslag vennootschapsbelasting 1990 en beschikking heffingsrente zijn vastgesteld.