ECLI:NL:HR:1999:AA2840
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt proceskostenveroordeling in zaak heffingsrente vennootschapsbelasting 1990
De zaak betreft een beroep in cassatie van X B.V. tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake een beschikking van de Inspecteur over heffingsrente in de vennootschapsbelasting over 1990.
Belanghebbende had in oktober 1992 aangifte gedaan met een foutief belastbaar bedrag door invoer van centen achter de komma, wat leidde tot een voorlopige aanslag van ruim 103 miljoen gulden. Na verzoek tot vermindering en onderzoek werd een aanslagbiljet met nihil bedrag opgesteld maar niet verzonden, waarna de aanslag werd teruggenomen en een bedrag van ruim 8,8 miljoen gulden aan heffingsrente werd terugbetaald.
Het hof oordeelde dat geen aanslag was vastgesteld op 30 januari 1993 omdat het aanslagbiljet niet was uitgereikt en dat zonder aanslag geen heffingsrente verschuldigd was. Het hof vernietigde de beschikking van de Inspecteur en wees de proceskosten toe aan belanghebbende.
De Hoge Raad stelt vast dat belanghebbende geen belang heeft bij de cassatiemiddelen die het oordeel van het hof over de heffingsrente aanvechten, maar vernietigt het deel van het arrest dat de proceskostenveroordeling betreft omdat het hof ten onrechte samenhang aannam tussen twee zaken. De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris en Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van belanghebbende.
De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 1999.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van het arrest over proceskosten en veroordeelt Staatssecretaris en Inspecteur tot vergoeding van kosten.