ECLI:NL:PHR:1999:AA2922
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van het Verdrag sociale zekerheid Nederland-Israël op AWBZ-verzekering van buiten Nederland wonende AOW-gerechtigden
De zaak betreft de vraag of personen die na hun 65e verjaardag en vóór 1 juli 1989 vanuit Nederland naar Israël zijn geëmigreerd en een AOW-pensioen ontvangen, verzekerd zijn voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) in Nederland. De belanghebbenden hadden zich bij ZAO Zorgverzekeringen ingeschreven als AWBZ-verzekerden, maar werden geweigerd op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Israël (1984) en het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 (KB 164).
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep hadden geoordeeld dat belanghebbenden wel verzekerd waren voor de AWBZ, maar de Hoge Raad vernietigt deze uitspraken. De Hoge Raad stelt vast dat het Verdrag sociale zekerheid met Israël ook betrekking heeft op de AWBZ en dat volgens artikel 6 van Pro het Verdrag personen woonachtig in Israël onderworpen zijn aan de Israëlische sociale zekerheidswetgeving. Artikel 36 van Pro KB 164 bepaalt dat personen die onder een verdrag vallen en aan wie de wetgeving van een andere mogendheid wordt toegewezen, niet verzekerd zijn voor de Nederlandse volksverzekeringen.
De Hoge Raad concludeert dat het Verdrag geen exclusieve werking heeft, maar dat de Nederlandse wetgever via artikel 36 KB Pro 164 een exclusieve werking kan bewerkstelligen. Hierdoor zijn belanghebbenden niet verzekerd voor de AWBZ in Nederland. Het beroep tegen het besluit van ZAO wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden vernietigd.
Uitkomst: Belanghebbenden zijn niet verzekerd voor de AWBZ in Nederland omdat zij onder de Israëlische sociale zekerheidswetgeving vallen.