ECLI:NL:PHR:1999:AA2932
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging Hofuitspraak inzake brandstoffenbelasting in strijd met EU-accijnsrichtlijnen
In deze zaak stond de vraag centraal of de Nederlandse brandstoffenbelasting, geheven over het gebruik van minerale oliën, verenigbaar is met Europese accijnsrichtlijnen, met name richtlijn 92/12/EEG en 92/81/EEG. De discussie betrof de toepassing van vrijstellingen en het niet-belastbaar stellen van gebruik van minerale oliën binnen productieprocessen.
De Procureur-generaal stelde dat het arrest van het Hof, dat de belastingheffing toestond, in strijd is met de Europese regelgeving. Het Hof had onvoldoende rekening gehouden met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) van 10 juni 1999, waarin werd geoordeeld dat bepaalde nationale belastingen onverenigbaar zijn met de geharmoniseerde accijnsregelingen.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest van het Hof en de aanslag van de Inspecteur. Tevens wordt de teruggaaf gelast van het betaalde bedrag van ƒ 38.831,04. Hiermee wordt bevestigd dat de brandstoffenbelasting niet mag worden geheven indien deze in strijd is met de vrijstellingsbepalingen van de EU-richtlijnen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag brandstoffenbelasting wordt vernietigd met teruggaaf van het betaalde bedrag.