ECLI:NL:HR:1999:AA2932
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt heffing brandstoffenbelasting in strijd met EU-richtlijnen
De zaak betreft het beroep in cassatie van X B.V. tegen een uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage inzake de brandstoffenbelasting over het tijdvak 1 juli tot en met 30 september 1993. De belasting was voldaan op grond van de toen geldende Wet milieubeheer. Belanghebbende betoogde dat deze heffing in strijd was met bepalingen van de Europese richtlijnen 92/12/EEG en 92/81/EEG, die vrijstellingen voor bepaalde brandstofgebruik voorschrijven.
Het Hof verwierp dit betoog, maar de Hoge Raad stelde vast dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in een arrest van 10 juni 1999 had geoordeeld dat dergelijke nationale belastingen niet verenigbaar zijn met de vrijstellingsbepalingen van de richtlijnen. De Hoge Raad oordeelde dat de brandstoffenbelasting onverenigbaar is met artikel 4, lid 3, van richtlijn 92/81 en vernietigde daarom het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur.
De Hoge Raad gelastte teruggaaf van het betaalde bedrag van f 38.831,04 en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten. De conclusie van de Advocaat-Generaal ondersteunde deze vernietiging en teruggaaf. Hiermee werd bevestigd dat nationale belastingen die in strijd zijn met EU-accijnsrichtlijnen niet mogen worden gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en gelast teruggaaf van de betaalde brandstoffenbelasting.