ECLI:NL:PHR:1999:AA3370
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Staat voor vertragingsschade na cessie investeringsbijdragen vennootschapsbelasting
De zaak betreft een geschil tussen [eiseres] BOUW B.V. en de Staat over de vergoeding van compensatoire interesten wegens vertraging bij de afhandeling van investeringsbijdragen in de vennootschapsbelasting van Sport en Spel Aalsmeer B.V. over 1979 en 1980.
Sport en Spel had haar aanspraken op investeringsbijdragen gecedeerd aan [eiseres] als zekerheid voor een schuld. De inspecteur weigerde aanvankelijk de investeringsbijdragen toe te kennen, waarna Sport en Spel bezwaar en beroep instelde. Uiteindelijk werden de investeringsbijdragen toegekend en uitbetaald aan [eiseres].
[Eiseres] vorderde vervolgens van de Staat compensatoire interesten wegens de vertraging, stellende dat de Staat onrechtmatig had gehandeld. Rechtbank en hof wezen de vordering af, stellende dat de vordering uit onrechtmatige daad niet door cessie overgaat en dat de schade op Sport en Spel moet worden verhaald.
De Hoge Raad bevestigt dat de cessie van schuldvorderingen uit publiekrechtelijke rechtsverhoudingen niet meebrengt dat de actie uit onrechtmatige daad overgaat op de cessionaris. De oorspronkelijke rechtsverhouding tussen cedent en schuldenaar blijft bestaan, en alleen de cedent kan de Staat aansprakelijk stellen. De Hoge Raad verwerpt het beroep van [eiseres] en bevestigt de afwijzing van haar vordering.
Uitkomst: Het beroep van [eiseres] wordt verworpen; zij kan de Staat niet rechtstreeks aanspreken voor vertragingsschade na cessie.