ECLI:NL:HR:1999:AA3370
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Neleman
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Fleers
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en cessie bij investeringsbijdragen vennootschapsbelasting
Eiseres heeft de Staat gevorderd tot betaling van rente en schadevergoeding wegens vertraging bij de afhandeling van vennootschapsbelastingaanslagen van Sport en Spel, wiens vorderingen zij had verkregen door cessie. De Rechtbank wees de vordering af, en het Hof bekrachtigde dit oordeel.
De Hoge Raad stelt vast dat bij cessie van vorderingen uit publiekrechtelijke rechtsverhoudingen niet automatisch ook de nevenrechten, zoals aanspraken uit onrechtmatige daad, overgaan op de cessionaris. Deze rechten behoren tot de gehele rechtsverhouding tussen oorspronkelijke schuldeiser en schuldenaar en blijven bij de cedent.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat eiseres niet als de door de beschikking getroffene of als derde belanghebbende kan worden beschouwd, zodat zij geen eigen onrechtmatige daad jegens haar kan inroepen. Het beroep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering van eiseres tot schadevergoeding wordt afgewezen.