ECLI:NL:PHR:1999:AA3395
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatig verkregen bewijs bij poging tot diefstal met braak en inklimming
Verdachte werd door het gerechtshof te Leeuwarden veroordeeld wegens poging tot diefstal door middel van braak en inklimming tot 30 uur onbetaalde arbeid en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld met als middel dat het hof het verweer dat het bewijs onrechtmatig was verkregen ten onrechte had verworpen.
Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep was aangevoerd dat dwangmiddelen tegen verdachte waren ingezet zonder dat hij formeel was aangehouden. Het hof oordeelde echter dat verdachte feitelijk al was aangehouden toen hij door de verbalisant in diens voertuig werd geplaatst en niet meer vrij was om te vertrekken. Dit oordeel sloot aan bij jurisprudentie over ambtshalve bekendheid en de betekenis van feitelijke aanhouding.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de handelwijze van de verbalisant niet onrechtmatig was. Ook de klachten over de motivering omtrent de toepassing van dwangmiddelen faalden, omdat geen verweer was gevoerd en de rechter niet ambtshalve hoefde te motiveren dat aan de vereisten was voldaan. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling van verdachte bleef gehandhaafd.