ECLI:NL:HR:1999:AA3395
Hoge Raad
- Cassatie
- Haak
- Corstens
- Orie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid aanhouding en bewijs bij poging tot diefstal met braak en inklimming
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot diefstal waarbij hij zich toegang tot de plaats van het misdrijf had verschaft door braak en inklimming. Het hof had het vonnis van de politierechter vernietigd en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken opgelegd met een proeftijd van twee jaar, plus onbetaalde arbeid.
Het cassatiemiddel richtte zich onder meer tegen de rechtmatigheid van de aanhouding en het gebruik van het bewijs, met name het onderzoek aan de kleding en de inbeslagneming. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat er voorafgaand aan de dwangmiddelen een redelijk vermoeden van schuld bestond, gelet op de omstandigheden waaronder de verdachte werd aangetroffen vlak na een melding van een inbraak.
Voorts stelde de Hoge Raad vast dat de feitelijke handelingen van de verbalisant, waaronder het in het voertuig plaatsen van de verdachte en het ontnemen van diens vrijheid om zich te verwijderen, als een aanhouding konden worden aangemerkt. Het cassatieberoep faalde in al zijn onderdelen en werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.