ECLI:NL:PHR:1999:AA3793
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks afwezigheid verdachte persona non grata
Verdachte, van Poolse afkomst en tot persona non grata verklaard, werd door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf wegens diefstal in vereniging met braak. Verdachte was zowel in eerste aanleg als in hoger beroep verstek veroordeeld omdat hij Nederland niet kon betreden. Zijn raadsman voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou zijn omdat verdachte niet aanwezig kon zijn bij de zitting, wat volgens hem in strijd was met artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het aan verdachte zelf was om het initiatief te nemen om toelating tot Nederland te verkrijgen en het openbaar ministerie daarvan in kennis te stellen. Het hof had terecht geoordeeld dat het OM ontvankelijk was omdat verdachte geen actie had ondernomen om aanwezig te zijn. De mogelijkheid om een tijdelijke ontheffing van de ongewenstverklaring te verkrijgen bestaat, maar het OM is niet verplicht dit op eigen initiatief te regelen.
Verder werd het middel dat de strafoplegging onvoldoende was gemotiveerd verworpen. Het hof had de straf van 4 naar 8 maanden verhoogd vanwege de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de samenleving, en de persoon van verdachte. De Hoge Raad achtte de motivering voldoende, ook al was verdachte niet aanwezig bij de zitting. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de ontvankelijkheid van het OM en de strafoplegging van 8 maanden gevangenisstraf ondanks de afwezigheid van verdachte persona non grata.