ECLI:NL:HR:1999:AA3793
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Haak
- raadsheer Corstens
- raadsheer Orie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie bij afwezigheid verdachte
In deze strafzaak is verdachte in hoger beroep veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen. Verdachte was in Nederland tot persona non grata verklaard en kon daardoor niet persoonlijk bij de terechtzitting aanwezig zijn. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat verdachte door het ontbreken van een vrijgeleide niet kon verschijnen, wat volgens hen in strijd was met het recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Het hof Arnhem verwierp dit verweer met de motivering dat het aan verdachte zelf was om het initiatief te nemen om toelating tot Nederland te verkrijgen en het Openbaar Ministerie daarvan op de hoogte te stellen. Aangezien verdachte geen actie had ondernomen, was er geen sprake van schending van het recht op een eerlijk proces en bleef het Openbaar Ministerie ontvankelijk.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en overweegt dat zelfs indien sprake zou zijn van een ongewenstverklaring, de Minister van Justitie tijdelijke ontheffing kan verlenen om de verdachte in staat te stellen zijn belangen in een rechtszaak te behartigen. Uit de stukken blijkt echter niet dat verdachte of zijn raadsman een dergelijk verzoek heeft ingediend. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van verdachte blijft in stand.