ECLI:NL:PHR:1999:AA3798
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van Toescheidingsovereenkomst
Verzoekster, geboren in 1975, verkreeg bij geboorte de Nederlandse nationaliteit. In 1976 vestigde zij zich met haar moeder in Nederland, waarna zij de Nederlandse nationaliteit verkreeg op grond van art. 6 lid 2 van Pro de Toescheidingsovereenkomst (TO). In 1978 verkreeg zij tevens de Surinaamse nationaliteit door optie van haar ouders. In 1997 verzocht verzoekster de rechtbank vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit, stellende dat haar nationaliteit tot haar 23e jaar wordt bepaald door de TO en dat zij op grond van art. 6 lid 4 TO Pro alsnog mocht opteren voor de Nederlandse nationaliteit.
De rechtbank wees het verzoek af omdat verzoekster op 25 november 1975 woonachtig was in Suriname en daardoor niet kon opteren volgens art. 6 lid 4 TO Pro. Verzoekster stelde diverse middelen in cassatie in, waaronder dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met het feit dat haar moeder in 1975 uit Suriname wilde vertrekken maar dat beletselen dat verhinderden, dat de rechtbank de waarde van de gemeentelijke basisadministratie niet had betrokken, en dat het Verdrag inzake de rechten van het kind (art. 8) geschonden zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de beslissende datum van 25 november 1975 hanteerde en dat de verwerving van de Nederlandse nationaliteit in 1976 niet relevant was. De Hoge Raad verwierp het middel dat betrekking had op het vermeende voornemen van de moeder om Suriname te verlaten als een ongeoorloofd feitelijk novum. Ook werd geoordeeld dat de wil van verzoekster geen rol speelt bij de vraag of zij kan opteren voor de Nederlandse nationaliteit. Het beroep werd verworpen omdat de vaststelling van de nationaliteit in overeenstemming is met het Nederlandse recht en niet in strijd met internationale verdragen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt afwijzing van verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit op grond van de Toescheidingsovereenkomst.