ECLI:NL:PHR:1999:AA3841
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor onrechtmatige daad portier bij noodweersituatie
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van verweerders wegens letsel dat hij opliep toen verweerder 2, portier van een discotheek, met een ijzeren staaf zwaaide om een vechtpartij te beëindigen en daarbij per ongeluk eiser raakte.
De rechtbank wees de vordering af omdat eiser niet slaagde in zijn bewijsopdracht dat verweerder 2 hem bewust had geslagen. Het hof bekrachtigde dit oordeel en aanvaardde het beroep op noodweer, waarbij het hof oordeelde dat het rondzwaaien met de staaf in de gegeven omstandigheden proportioneel was.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de vereisten voor noodweer, met name het proportionaliteitsvereiste, en stelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of het gebruik van de ijzeren staaf proportioneel was gezien het risico op ernstig letsel voor onschuldigen zoals eiser. De zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de proportionaliteit en eventuele noodweerexces.
Daarnaast komt aan de orde of de rol van eiser als onschuldige omstander meeweegt bij de proportionaliteitstoets. De Hoge Raad benadrukt dat de bewijsopdracht en het bewijsvermoeden in deze zaak terecht zijn toegepast. De zaak betreft ook de aansprakelijkheid van de werkgever voor de daad van zijn werknemer.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is vernietiging van het arrest en verwijzing naar het hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar proportionaliteit en aansprakelijkheid.