ECLI:NL:PHR:1999:ZD1159
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen moord met voorbedachte rade
Verzoeker werd door het gerechtshof veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van moord. Het hof baseerde zijn oordeel op getuigenverklaringen, waaronder een verklaring van een getuige die in hoger beroep zijn eerdere verklaring introk, en andere bewijsmiddelen die een bewuste samenwerking en berekenend handelen van verzoeker en zijn medepleger aantoonden.
De verdediging stelde onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het getuigenbewijs werd aangenomen ondanks intrekking, en dat de bewezenverklaring van voorbedachte rade niet uit het bewijsmateriaal kon worden afgeleid. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het hof de feitenrechterlijke vrijheid heeft om bewijsmateriaal te waarderen zonder nadere motivering, mits het oordeel begrijpelijk is.
De motivering van het hof omvatte onder meer het tijdsverloop tussen mishandeling en het fatale schot, de aanwezigheid van wapens, en de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de moord. Het hof concludeerde dat sprake was van een kalm beraad en een gezamenlijk genomen besluit tot liquidatie. De Hoge Raad achtte de motivering toereikend en in overeenstemming met artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad verwees ook naar relevante jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin de vrijheid van de feitenrechter in de waardering van bewijs wordt bevestigd en geen nadere motiveringsplicht wordt opgelegd. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling definitief bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van moord met voorbedachte rade.