ECLI:NL:PHR:2000:AA4243
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens schending redelijke termijn bij betekening arrest
Verdachte is door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot drie weken gevangenisstraf wegens diefstal door twee of meer verenigde personen, opzettelijke vernieling en medeplichtigheid aan diefstal. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld, maar zonder het indienen van middelen.
De Hoge Raad constateert dat het arrest bij verstek is gewezen en dat de betekening van het arrest aan verdachte niet tijdig heeft plaatsgevonden. Ondanks meerdere pogingen tot betekening en het plaatsen van verdachte op signalering, heeft het openbaar ministerie nagelaten om na de signalering verder te zoeken naar een nieuw adres en de betekening alsnog te voltooien. Hierdoor is een vertraging van ruim drie jaar ontstaan tussen het wijzen van het arrest en het instellen van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat deze vertraging een schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn oplevert, ook al heeft verdachte hier niet zelf over geklaagd. Gezien het belang van de verdachte en de gemeenschap wordt strafvermindering passend geacht. De Hoge Raad vernietigt daarom het gedeelte van het arrest betreffende de opgelegde straf en vermindert de gevangenisstraf, met verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: De opgelegde gevangenisstraf wordt verminderd wegens schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn.