ECLI:NL:HR:2000:AA4243

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 januari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
111799
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Davids
  • raadsheer Koster
  • raadsheer Van Buchem-Spapens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 366 Sv (oud)Art. 588 Sv (oud)
Verwijzingen
1 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling tot gevangenisstraf voor diefstal en medeplichtigheid

De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens diefstal door meerdere personen, vernieling van goederen en medeplichtigheid aan diefstal. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en legde een gevangenisstraf van vier weken op.

De verdachte stelde geen middelen van cassatie voor, maar het Openbaar Ministerie adviseerde de Hoge Raad om de opgelegde straf te vernietigen en te verminderen. De Hoge Raad oordeelde echter dat er geen reden was om de uitspraak ambtshalve te vernietigen en verwierp het beroep van de verdachte.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee de strafoplegging door het hof en de rechtmatigheid van de procedure. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 11 januari 2000.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van vier weken wordt gehandhaafd.

Uitspraak

11 januari 2000
Strafkamer
nr. 111799
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen
arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 25 juni 1993 in de
strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats], ten tijde van het instellen van beroep in cassatie gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Lelystad" te Lelystad.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 21 februari 1991 - de verdachte ter zake van 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen", 2. "opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen", 3. en 4. telkens opleverende: "medeplichtigheid aan: diefstal" veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de bestreden uitspraak voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan zal worden vernietigd, dat de Hoge Raad de opgelegde gevangenisstraf zal verminderen, met verwerping van het beroep voor het overige.
3. Procesgang
De verdachte is bij het bestreden arrest, dat op 25 juni 1993 is gewezen, veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Volgens een daarvan opgemaakt akte is dat arrest - overeenkomstig art. 366, eerste lid, (oud), Sv dat in een geval als het onderhavige betekening in persoon niet voorschrijft - op 1 december 1993 op de voet van art. 588, vijfde lid (oud), Sv aan de verdachte betekend.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Davids als voor-zitter, en de raadsheren Koster en Van Buchem-Spapens, in bijzijn van de waarnemend-griffier Mos, en uitgesproken op 11 januari 2000.