ECLI:NL:PHR:2000:AA4429
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Doorwerking exoneratieclausule in relatie tussen contractspartij en derde bij schade aan vervoerde goederen
ODS B.V. verkocht buizen aan Kodela N.V. en gaf het transport overzee in opdracht aan Europe Caribbean Line N.V. (ECL). De buizen werden gelost door stuwadoor Curaçao Port Services N.V. (CPS), die tevens de buizen opsloeg en verder vervoerde. Na aankomst bleken enkele buizen beschadigd. ODS vorderde schadevergoeding van CPS, die zich op een exoneratieclausule in haar algemene voorwaarden beriep.
Het Gerecht in Eerste Aanleg en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba wezen de vordering af, stellende dat ODS de algemene voorwaarden van CPS tegen zich moet laten gelden vanwege haar rol in de vervoersketen en de supervisie die zij hield over de lossing en behandeling van de buizen.
In cassatie stelde ODS dat de monopoliepositie van CPS en het wettelijk stelsel van Boek 8 BW doorwerking van de exoneratieclausule uitsluiten. De Hoge Raad bevestigde het doorwerkingscriterium dat vertrouwen moet zijn gewekt dat de wederpartij bevoegd was om met de derde te contracteren. Echter, het Nederlandse Antilliaanse zeerecht kent geen specifieke regel die doorwerking aan stuwadoors beschermt, en het wettelijk stelsel staat dit niet toe.
De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het Hof over het wettelijk stelsel en verwees de zaak terug voor nadere beoordeling of bijzondere omstandigheden doorwerking alsnog rechtvaardigen. De overige klachten werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van doorwerking exoneratieclausule.