ECLI:NL:PHR:2000:AA4777
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-tijdige nakoming koopovereenkomst en wettelijke rente bij uitgestelde levering wegens vermeende bodemverontreiniging
In deze zaak draait het om de niet-tijdige nakoming door de koopster van een koopovereenkomst voor een verhuurd appartementencomplex. De koopster stelde haar medewerking aan de levering uit vanwege vermeende bodemverontreiniging. De rechtbank stelde de koopster vanaf 1 september 1992 in verzuim en kende wettelijke rente toe vanaf die datum. Het hof stelde echter de verzuimdatum op 7 december 1992, de dag van de akte van non-comparitie, en wees de wettelijke rente over de periode daarvoor af.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onduidelijk en mogelijk onbegrijpelijk heeft gemotiveerd waarom het de verzuimdatum op 7 december stelde, terwijl de koopovereenkomst een uiterste leveringsdatum van 1 september 1992 bevatte. De Hoge Raad wijst erop dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden en dat de datum van verzuim opnieuw vastgesteld moet worden.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de vraag of de verkoopster zowel de huuropbrengst als de wettelijke rente kan behouden zonder dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Het hof had geoordeeld dat de verkoopster de huuropbrengst slechts hoefde af te dragen voor zover deze de wettelijke rente oversteeg. De Hoge Raad stelt dat de wettelijke rente een gefixeerde schadevergoeding is en dat voordeelstoerekening in dit kader niet zonder meer toepasbaar is. Bovendien is het voordeel van de huuropbrengst niet veroorzaakt door de niet-tijdige betaling maar door het niet meewerken aan de eigendomsoverdracht.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing, waarbij onder meer de datum van verzuim opnieuw moet worden vastgesteld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de verzuimdatum en verdere behandeling.