ECLI:NL:PHR:2000:AA4878
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing faillissementsaanvraag bij verzoek schuldsaneringsregeling
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage het faillissement van verzoeker, hierna: gefailleerde, bekrachtigd. Verzoeker kwam in cassatie tegen de weigering van het hof om de faillissementsaanvraag te schorsen in afwachting van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ex art. 284 Faillissementswet Pro.
Het hof baseerde zijn weigering op het risico dat de rechtbank bij behandeling van het schuldsaneringsverzoek zou stuiten op de faillissementsprocedure, waardoor de behandeling zou worden opgeschort. Verzoeker stelde dat analoge of redelijke wetstoepassing moest leiden tot schorsing van het faillissementsvonnis zolang het verzoek tot schuldsanering loopt.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek tot schuldsanering pas na het verstrijken van de veertiendaagse termijn van art. 3 lid 1 Fw Pro was ingediend, zodat noch de rechtbank noch het hof verplicht was de faillissementsprocedure te schorsen. De beoordeling van het verzoek tot schuldsanering en eventuele opheffing van het faillissement ligt bij de rechter die dat verzoek behandelt.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de weigering tot schorsing van de faillissementsaanvraag.