ECLI:NL:PHR:2009:BJ6023
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van samenloop faillissementsaanvraag en schuldsaneringsverzoek bij natuurlijke persoon
In deze zaak staat centraal de vraag of een appelrechter een faillissementszaak moet aanhouden wanneer een schuldenaar een nieuw verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) indient nadat een eerder verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. De Ontvanger van de Belastingdienst had een faillissementsverzoek ingediend tegen de verzoeker, waarna deze zelf een WSNP-verzoek deed dat in eerste aanleg niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank wees vervolgens het faillissementsverzoek toe.
Het hof bekrachtigde de faillietverklaring en hield het appel tegen de schuldsanering aan in afwachting van een onherroepelijke beslissing. De verzoeker stelde cassatie in tegen het oordeel dat het appel niet opnieuw aangehouden hoefde te worden voor een nieuw WSNP-verzoek. De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de wettelijke regeling omtrent samenloop van faillissement en WSNP, met name de artikelen 3, 3a en 15b van de Faillissementswet.
De Hoge Raad stelt vast dat een tweede WSNP-verzoek toegestaan is en dat de appelrechter beleidsvrijheid heeft om zijn oordeel aan te houden in afwachting van een WSNP-beslissing, mits spoed in acht wordt genomen. De toewijzing van een WSNP-verzoek in eerste aanleg maakt handhaving van een faillissement in appel onmogelijk. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het hof niet verplicht was het appel aan te houden voor het nieuwe WSNP-verzoek.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hof heeft terecht de faillietverklaring bekrachtigd zonder het appel opnieuw aan te houden voor een nieuw WSNP-verzoek.