ECLI:NL:PHR:2000:AA4940
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over kennelijk onredelijk ontslag en afvloeiingsregeling bij AVO Techniek
De zaak betreft het ontslag van [ex-werknemer] bij AVO Techniek, waarbij de werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, mede omdat AVO een verkeerde voorstelling van zaken had gegeven en de afvloeiingsregeling niet correct was nageleefd.
De Rechtbank had geoordeeld dat niet was komen vast te staan dat er structureel werk was voor vaste krachten en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. Ook wees de Rechtbank een schadevergoeding af. [Ex-werknemer] ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de gevolgen van het ontslag te ernstig waren en dat AVO de voorwaarden van de RDA had overtreden.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank ten onrechte niet heeft gemotiveerd waarom zij de grief over de gevolgen van het ontslag heeft verworpen. De primaire grondslag van het beroep werd wel besproken, maar de tweede grondslag, die betrekking heeft op de ernst van de gevolgen voor de werknemer, werd onterecht buiten beschouwing gelaten. Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de gevolgen van het ontslag, en de zaak wordt terugverwezen.