ECLI:NL:PHR:2000:AA4947
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schorsing executoriale kracht arbitraal vonnis en interne procedureafspraken arbiters
In deze zaak gaat het om een verzoek tot schorsing van de executoriale kracht van een arbitraal vonnis (PFA-1616), hangende een procedure tot vernietiging daarvan op grond van art. 1065 Rv Pro. De procedure betreft een geschil tussen Benetton en Eco Swiss/Bulova over een licentieovereenkomst en de geldigheid daarvan.
De Hoge Raad bespreekt onder meer de interne procedureafspraken die arbiters hadden gemaakt en de vraag of schending daarvan leidt tot vernietiging van het arbitraal vonnis. Daarnaast wordt ingegaan op de motiveringsvereisten van een arbitraal vonnis en de toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor binnen het arbitraal college.
De Hoge Raad bevestigt dat arbiters binnen de grenzen van hun opdracht procedurele vrijheid hebben, en dat interne werkafspraken geen dwingend recht zijn. Schending daarvan leidt niet zonder meer tot strijd met de openbare orde. Ook wordt benadrukt dat een arbitraal vonnis niet lichtvaardig mag worden vernietigd, zeker niet als het gebrek geen invloed heeft gehad op de beslissing.
Het hof heeft het verzoek tot schorsing afgewezen omdat het niet waarschijnlijk is dat het arbitraal vonnis zal worden vernietigd. De Hoge Raad sluit zich hierbij aan en verwerpt het cassatieberoep van Benetton, waarbij zij tevens in de kosten wordt veroordeeld.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de executoriale kracht van het arbitraal vonnis wordt afgewezen en het cassatieberoep verworpen.