ECLI:NL:PHR:2000:AA5169
Parket bij de Hoge Raad
- Wesseling-van Gent
- Rechtspraak.nl
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad van proceskostenveroordeling in civiele procedure
Arturo Riva BV leverde goederen aan Oracle Trade Supply BV, waarvan een aanzienlijk deel onbetaald bleef. Arturo sprak Oracle en diens directeur/aandeelhouder hoofdelijk aan voor betaling van de openstaande sommen en proceskosten. Na een tussenvonnis en hoger beroep oordeelde het hof dat Oracle en de directeur/aandeelhouder hoofdelijk aansprakelijk waren voor de proceskosten, maar liet de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van deze kostenveroordeling open.
Arturo vorderde vervolgens bij de Hoge Raad de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de proceskostenveroordeling tegen de directeur/aandeelhouder, die zich verzette met het argument dat hij een zwaarder belang had bij het uitblijven daarvan vanwege de omvang van het bedrag en de door Arturo gelegde beslagen die zijn betalingsmogelijkheden belemmerden.
De Hoge Raad overwoog dat het belang van Arturo bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad gerechtvaardigd is, omdat zij niet hoeft te wachten tot het arrest onherroepelijk is geworden om haar vordering jegens de directeur/aandeelhouder te effectueren. Het belang van de directeur/aandeelhouder om niet te hoeven betalen weegt niet zwaarder, aangezien het bedrag ook voor Arturo aanzienlijk is en de beslagen slechts een belemmering vormen maar geen onmogelijkheid tot betaling. Daarom werd de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de incidentele vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de proceskostenveroordeling toe.