ECLI:NL:PHR:2000:AA5319
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling benadeling parttime werknemer door medezeggenschapswerk en arbeidsduur volgens art. 21 WOR
Verzoekster, werkzaam bij de Nederlandse Spoorwegen als parttime reserve-groepsleidster en lid-secretaris van een onderdeelcommissie van de ondernemingsraad, verzocht de kantonrechter om een verklaring voor recht dat het onderscheid tussen reguliere arbeidsuren en medezeggenschapsuren strijdig is met art. 21 WOR Pro en dat zij recht heeft op loonbetaling voor medezeggenschapsuren boven haar contracturen.
De kantonrechter wees de verzoeken af, waarna de rechtbank Utrecht verzoekster niet-ontvankelijk verklaarde in haar verzoeken. Verzoekster stelde cassatieberoep in tegen deze beslissingen.
De Hoge Raad besprak de mogelijkheid van een verklaring voor recht in een verzoekschriftprocedure volgens de WOR en concludeerde dat dit mogelijk is mits de verklaring beperkt blijft tot de rechtsbetrekking tussen de partijen. Vervolgens oordeelde de Hoge Raad dat geen sprake is van benadeling van verzoekster omdat de werkgever haar rechtspositie voldoende heeft gewaarborgd en dat de werkgever niet verplicht is om parttimers op gelijke wijze als fulltimers in te zetten voor medezeggenschapswerk en reguliere werkzaamheden binnen de contractuele bandbreedte.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat verzoekster geen recht heeft op structurele oproeping boven haar contracturen om medezeggenschapswerk te combineren met haar functie als groepsleidster.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verzoekster heeft geen recht op structurele oproeping boven haar contracturen voor medezeggenschapswerk.